Motor bijzondere verrichtingen: Hoe werkt het?
Wil je motor leren rijden en niet alleen het motorrijbewijs zo snel mogelijk willen behalen, maar wil je echt leren motorrijden? Dan ben je bij ons op het goede adres. Motorrijden is een totaal andere discipline dan autorijden. Wanneer je goed leert motorrijden zal je sowieso een betere autobestuurder worden en zal je veel meer inzicht krijgen in ander verkeer en daardoor met de motor veilig door het verkeer heen komen. Daarom begint je opleiding eerst met Algemene Voertuig Beheersing (AVB) twaalf bijzondere verrichtingen verdeeld over vier clusters, waarvan twee linksom en rechtsom. Bijna iedereen heeft of linksom of rechtsom een “moeilijke kant”.
Hoe verloopt een AVB examen?
1. Op examen krijg je altijd de vier verplichte oefeningen te rijden verdeeld over vier clusters.
2. Is de oefening onvoldoende dan mag deze één maal herkanst worden. Is de oefening dan wederom onvoldoende dan is het betreffende cluster niet afgerond en moet er een andere door de examinator gekozen oefening uit het betreffende cluster gereden worden. Ook deze mag één maal herkanst worden. De examinator beslist dus welke oefening het gaat worden.
3. Is via de herkansingen en met eventueel maximaal twee reserve oefeningen een cluster niet afgerond met een voldoende oefening, dan is het examen onvoldoende.
4. Je krijgt dus twee maal een mogelijkheid om via een nieuwe oefening een cluster alsnog af te ronden, waarbij je wederom bij een onvoldoende gereden oefening één maal mag herkansen, echter kan je niet in een onvoldoende gereden cluster tot twee maal toe een nieuwe oefening in hetzelfde cluster krijgen.
5. Wanneer alle vier de clusters afgerond zijn krijg je een vijfde oefening die ook via twee pogingen voldoende moet zijn.
6. Er zijn nu vijf voldoende oefeningen gereden binnen vier clusters met maximaal zeven oefeningen gebruikt te hebben en veertien pogingen.
Snap je het nog? Tel dus niet mee tijdens je examen en zorg dat je alle oefeningen beheerst en alleen dan rij je veilig ten behoeve van de verkeersdeelname! (veel kandidaten ervaren de verkeersdeelname in het begin als “spannender dan verwacht”). Voertuigbeheersing is belangrijk om met vertrouwen voor het eerst op snelheid aan de verkeersdeelname te kunnen beginnen.
Wanneer je gaat doorstromen van A1 naar A2 en eventueel daarna weer door naar vol vermogen klasse A, dan heb je bij het eerste (AVB) bijzondere verrichtingen examen eerst alle bovenstaande twaalf bijzondere verrichtingen gedaan. Daarna moet je bij elke keer een klasse doorstromen examen doen om een klasse door te stromen en krijg je tijdens het (AVD) verkeersdeelname examen twee bijzondere verrichtingen uit een keuze van vier oefeningen te rijden op de openbare weg “in parcour”. De examinator bepaald welke oefeningen het gaan worden.
1. Lopend achteruit inparkeren
2. Langzaam rijden
3. Wegrijden parkeervak
4. Halve draai
Cluster 1:
(Verplicht) Lopend achteruit parkeren:
Motor uitgeschakeld bij de eerste pylon / Vooruit lopen links van de motor met twee handen aan het stuur tot het achterwiel voorbij het denkbeeldige vak is / Bedienen en doseren / Achteruit lopen met tenminste één hand aan het stuur / D.m.v. bocht achteruit lopen de motor parkeren in het midden van het vak / Op de standaard plaatsen (middenbok/zijstandaard) / Van de standaard halen / Vooruit uit het vak lopen en naar rechts afbuigen / Langs de rechterzijde van de rijbaan lopen tot laatste pylon (pylonen niet raken).

Cluster 2:
(Verplicht) Langzame slalom:
Regelen snelheid: Gas – Voetrem – Koppeling / In een rechte lijn en in het midden voor de eerste pylon beginnen (1é versnelling) / Na de laatste pylon in een rechte lijn in het midden wegrijden / Snelheid regelen zo nodig met behulp van gas en voetrem en koppeling/ Sturen vanuit de heupen toegestaan en/of door sturen (afschuinen niet vereist) / Gebruik van slippende koppeling verplicht en met behulp van pylonen door middel van bochten een slalom rijden (pylonen niet raken).

Stapvoets rijden:
Recht aan rijden / Voeten op de voetsteun / Lichttrekkende motor over 20 meter in rechte lijn snelheid voetganger – examinator aanhouden / Met slippende koppeling, gas en eventueel voetrem – motor licht trekkend houden / Goede zithouding en vooruit kijken / Stop met voorrem toegestaan / Doelremming op lage snelheid – op juiste moment ontkoppelen / Rechter been voor stoppen gebruiken (pylonen niet raken).

Halve draai (zowel links als rechtsom):
Rechts of links in een rechte lijn inrijden (examinator bepaald) / Licht trekkende motor (1é versnelling) / Met juiste kijktechniek halve draai met vloeiende beweging inzetten vanaf de 2é kegel / Terug in een rechte lijn in de richting vanwaar gestart / Op de juiste wijze afschuinen om de bochtstraal te verkleinen / Gelijkmatige snelheid indien nodig voetrem en slippende koppeling / Blijf binnen de pylonen (pylonen niet raken).

Denkbeeldige acht:
Aan één van de korte zijde rechts inrijden (1é versnelling) / Naar het einde van de rechter hoek rijden / Met licht trekkende motor oefening rijden / Met juiste kijktechniek en juiste wijze van afschuinen de bochtstraal verkleinen / Gelijkmatige snelheid (indien nodig voetrem en koppeling gebruiken (slippend) / Blijf binnen de pylonen (pylonen niet raken).

Wegrijden parkeervak (zowel links als rechtsom):
Motor haaks op de rijbaan positioneren en het voorwiel tegen de (denkbeeldige ) rijbaan / Haaks links of rechts wegrijden, gevolgd door enkele meters rechtuit (examinator bepaald links of rechts) / Tijdens stilstaan linker of rechter voet aan de grond houden / Met gas, koppeling, en eventueel de voetrem de snelheid regelen / blijf binnen de pylonen (pylonen niet raken).

Cluster 3:
(Verplicht) Uitwijken:
Met een constante snelheid van 50 km/h in een rechte lijn aanrijden / Na de poort zonder te remmen de uitwijkbeweging naar links inzetten door middel van juist afschuinen, in kantelen en juiste kijktechniek (Na de poort gas dicht, midden door de poort, rechtop door de poort, niet terug schakelen, geen vingers bij de rem of koppeling) / Ontwijk het denkbeeldige obstakel en keer daarna weer terug naar de eigen denkbeeldige weghelft / Passeer de laatste pylon rechts (pylonen niet raken).

Snelle slalom:
In een rechte lijn aanrijden in het midden van de eerste pylon met constante snelheid van tenminste 30 km/h (advies 3é versnelling) / Geen vingers bij rem, koppeling of voet voorbereid bij achterrem / Rijdt de slalom met licht trekkende motor (geen hik, geen snik, licht oplopend) / Stuur vanuit de heupen in bochten de slalom / Na de laatste pylon midden in rechte lijn uitrijden (pylonen niet raken).

Vertragen:
Accelereer vanuit stilstand recht aan rijdend tijdig naar 50 km/h in tenminste de 3é versnelling (geen vingers bij rem of koppeling of voet voorbereid bij achterrem) / Draai bij het tweede poortje het gas dicht en rem met beide remmen flink door (gebruik geen ABS) / Ontkoppel en schakel 1 versnelling terug / Rijdt bij het ingaan van de slalom met een snelheid van 30 km/h waarbij het remmen is voltooid en de koppeling is losgelaten / Rijdt de slalom met licht trekkende motor (geen hik, geen snik, licht oplopend) / Stuur vanuit de heupen in bochten de slalom / Na de laatste pylon midden in rechte lijn uitrijden (pylonen niet raken).

Cluster 4:
(Verplicht) Noodstop:
Recht aanrijden met een constante snelheid van 50 km/h in 3é versnelling / Na de poort direct gas dicht en remming inzetten en direct ontkoppelen (rechtop, midden door de poort, na de poort gas dicht, geen vingers bij de rem/koppeling of voet voorbereid bij achterrem) / Gebruik beide remmen, waarbij het gebruik van de voorrem belangrijk is / Remweg zo kort mogelijk houden (zogenaamd “stoppie” niet toegestaan) / 90% voorrem, 10% achterrem gebruiken (beperkt ABS geoorloofd) / Motorfiets onder controle houden (pylonen niet raken).

Stopproef:
Recht aanrijden met een constante snelheid van 50 km/h in 3é versnelling / Na de poort direct gas dicht en remming inzetten en direct ontkoppelen (rechtop, midden door de poort, na de poort gas dicht, geen vingers bij de rem/koppeling of voet voorbereid bij achterrem) / Gebruik beide remmen, waarbij het gebruik van de voorrem belangrijk is / Met een forse technisch goede remming tot stilstand komen / Kort voor stilstand terug naar de 1é versnelling schakelen (zogenaamd “stoppie” niet toegestaan) / 90% voorrem, 10% achterrem gebruiken (ABS niet geoorloofd pylonen niet raken).

Precisie stop:
Recht aanrijden met een constante snelheid van 50 km/h in 3é versnelling / Na de poort direct gas dicht en remming inzetten en nog niet ontkoppelen (rechtop, midden door de poort, na de poort gas dicht, geen vingers bij de rem/koppeling of voet voorbereid bij achterrem) / Gebruik beide remmen, waarbij het gebruik van de voorrem belangrijk is en verdeel de remming over 17 meter / Gelijkmatig remmen zonder dat grote remcorrecties in remkracht nodig zijn / Kom tot stilstand bij het tweede poortje / Schakel kort voor stilstand terug naar de 1é versnelling / Kom “smooth” tot stilstand (ABS niet geoorloofd pylonen niet raken).

Ben je klaar/geslaagd met de Algemene Voertuig Beheersing (AVB) dan moet je binnen een jaar de verkeersdeelname afgerond hebben, want na geslaagd te zijn voor het AVB examen is het resultaat maar één jaar geldig. Zorg er dus voor dat je ook het theorie examen motor categorie A op tijd met een voldoende resultaat afgerond hebt om het Algemene Verkeers Deelname (AVD) examen te kunnen aanvragen en af te ronden.

